Solibris
  Hoofdpagina » Winkel » Boeken » (Zen)Boeddhisme » 9056700480 Uw klantgegevens  |  Inhoud winkelwagen  |  Afrekenen   
Nieuwe producten Meer
Het veld van tederheid
Het veld van tederheid

Categorien
Boeken
CD/DVD
Creatief
Edelstenen/Mineralen
Etherische olie
Kaartsets
Overige artikelen
Sieraden
Vreemde Talen
Wellness
Wicca
Wierook
Aanraders Meer
De draagbare I Ching
De draagbare I Ching
Bewust Zijn Magzine Meer
Het ontstaan van jezelf
Het ontstaan van jezelf
Boeddha leeft, Christus leeft 17,95      
Boeddha leeft, Christus leeft
Grotere afbeelding
(opent in nieuw venster)
ISBN10: 9056700480
ISBN13: 9789056700485
Uitgeverij: Asoka
Auteur: Nhat Hanh, Thich
Oorspronkelijke titel: Living Buddha, Living Christ
Vertaling door: Bol, A.
Productmodel: Paperback
Pagina's: 164
Gewicht: 224
Hoogte: 210
Breedte: 131
Illustraties: Ja
Druk: 1
NUR: 739

Leverbaar

Omschrijving:
De internationaal bekende zenmonnik Thich Nhat Hanh neemt al decennia lang deel aan de dialoog tussen de twee grootste levende contemplatieve tradities, en ontdekt in het christendom een schoonheid die alleen een buitenstaander kan overbrengen. In helder, beschouwend proza onderzoekt hij de sacraliteit en het mededogen die de twee tradities gemeen hebben, en hernieuwd ons inzicht in beide. 'Op het altaar in mijn huis in Frankrijk staat zowel een afbeelding van Boeddha als één van Jezus', zegt hij, 'en ik kan hen allebei als mijn spirituele voorouders ervaren.'

Wie altijd heeft gedacht dat christendom en boeddhisme filosofisch even ver van elkaar afstaan als hun stichters geografisch, wacht in dit boek een aardige verrassing. In Boeddha leeft, Christus leeft, trekt Thich Nhat Hanh opmerkelijke parallellen tussen beide tradities waardoor ze hand in hand een zelfde bevrijdende weg bewandelen. In het christendom herkent hij in de helende kracht van de Heilige Geest wat in het boeddhisme wordt aangeduid als de bevrijdende werkzaamheid van oplettende aandacht en aanwezigheid. In het boeddhisme herkent hij de christelijke liefde in de vorm van het onvoorwaardelijke mededogen met alle levende wezens. Beide tradities beklemtonen bovendien het belang van spirituele beoefening en gemeenschapszin.

De draad die de verschillende onderwerpen van dit boek aaneenrijgt, is dezelfde als die welke boeddhisme en christendom met elkaar verbindt: aandacht. Aan de hand van verrassende anekdotes, tekstverwijzingen en leringen uit beide religies laat Thich Nhat Hanh zien hoe het ontwikkelen van aandacht een integraal onderdeel is van iedere levende spirituele traditie, en hoe we dit ons zelf eigen kunnen maken. Hij is er niet op uit theologische en rituele verschillen uit te vlakken, maar vindt het belangrijk te wijzen op de diepere eenheid die schuilgaat achter en voorbij de letter van de tekst.

Fragment:
Wees stil en weet

religieus leven is leven

Tijdens een interreligieuze conferentie van theologen en godsdienstwetenschappers waaraan ik twintig jaar geleden deelnam zei een Indiase christen: 'We zijn hier om over de schoonheid van verschillende tradities te horen, maar dat wil niet zeggen dat we er een fruitsalade van gaan maken.' Toen het mijn beurt was om te spreken, zei ik: 'Fruitsalades kunnen erg lekker zijn! Ik heb samen met Daniel Berrigan de eucharistie gevierd, en dat was mogelijk omdat Vietnamezen en Amerikanen jarenlang samen vreselijk geleden hebben.'
Sommige van de aanwezige boeddhisten waren geschokt
te horen dat ik aan de eucharistieviering deelgenomen had, en een heleboel christenen schenen zelfs zeer ontdaan. Voor mij betekent religieus leven echter: leven. Ik zie niet in waarom je je hele leven lang maar van één bepaalde vrucht zou mogen proeven. Wij kunnen ons allemaal voeden met het beste van allerlei tradities.
Professor Hans KŸng zei eens: 'Pas als er vrede heerst tussen de religies, kan er vrede zijn op aarde.' Mensen doden en worden gedood omdat ze te sterk gehecht zijn aan hun eigen geloofsovertuigingen en ideologieën. Wanneer we menen dat ons geloof het enige ware is, zal dat onvermijdelijk een hoop geweld en ellende met zich meebrengen. De tweede aanwijzing die de 'Orde van Inter-zijn', een orde die tijdens de oorlog in Vietnam binnen de zenboeddhistische traditie werd gesticht, geeft gaat over het loslaten van opvattingen. 'Denk niet dat de kennis die je op dit ogenblik hebt de onveranderlijke, absolute waarheid is. Wees niet bekrompen en dogmatisch. Leer je eigen meningen los te laten zodat je open kunt staan voor de meningen van anderen.' Ik zie dit als het wezen van de beoefening van vrede.


de dialoog is de sleutel tot vrede

Ik ben al meer dan dertig jaar actief in de vredesbeweging. Ik heb me ingezet voor de bestrijding van armoede, onwetendheid en ziekte; ik heb geholpen bootvluchtelingen uit zee te redden; ik heb gewonden geëvacueerd uit de gevechtszones, vluchtelingen gehuisvest, hongerige kinderen en wezen geholpen; ik heb tegen oorlogen geprotesteerd en lectuur over vredeswerk geschreven en verspreid; ik heb vredesactivisten en sociaal werkers opgeleid; ik heb geholpen gebombardeerde dorpen weer op te bouwen. Doordat ik aan meditatie deed - stoppen, verstillen en diepgaand beschouwen - heb ik de bronnen van mijn spirituele energie steeds kunnen voeden en beschermen, zodat ik met dit werk door heb kunnen gaan.
Tijdens de oorlog in Vietnam heb ik gezien hoe communisten en anticommunisten elkaar doodden en ten gronde richtten omdat beide kanten geloofden dat ze de waarheid in pacht hadden. Ook veel christenen en boeddhisten in ons land vochten tegen elkaar in plaats van samen te werken om een eind aan de oorlog te maken. Daarom heb ik een boekje geschreven, getiteld: De dialoog is de sleutel tot vrede, maar mijn stem ging verloren in het geraas van bommen, granaten en geschreeuw. Een Amerikaanse soldaat spuugde vanuit een militaire vrachtwagen op het hoofd van een leerling van me, Nh‰t Tr’, een jonge monnik. Misschien dacht de soldaat dat wij als boeddhisten de Amerikaanse oorlogsinspanningen ondermijnden, of dat mijn leerling een communist was onder de dekmantel van zijn monnikskleed. Broeder Nh‰t Tr’ werd zo boos dat hij er over dacht het klooster te verlaten en zich aan te melden bij het Nationale Bevrijdingsfront. Maar doordat ik regelmatig mediteerde begreep ik dat iedereen die aan de oorlog deelnam een oorlogsslachtoffer was, en dat de Amerikaanse soldaten die naar Vietnam gestuurd waren om te bombarderen, te doden en te vernietigen, zelf ook gedood en verminkt werden. Ik vroeg broeder Nh‰t Tr’ toch vooral in gedachte te houden dat de Amerikaanse soldaat ook een slachtoffer was, en wel van een onjuiste visie en een verkeerde politiek, en drong er bij hem op aan toch vooral zijn vredeswerk als monnik voort te zetten. Hij begreep me en werd één van de actiefste medewerkers van de Boeddhistische School van Jongeren voor Sociaal Werk.
In 1966 ging ik naar Noord-Amerika in een poging bepaalde misvattingen die ten grondslag lagen aan de oorlog in Vietnam recht te zetten. Ik ontmoette honderden mensen en groepen, onder wie leden van het Congres en de toenmalige minister van defensie, Robert McNamara. Mijn bezoek werd georganiseerd door de IFOR, een interreligieuze vredesorganisatie. Ik kreeg hulp van veel actieve christenen, zoals Dr. Martin Luther King, Thomas Merton en Daniel Berrigan. Ik had geen enkele moeite om met deze Amerikanen te communiceren.


mijn ontmoeting met jezus

Toch was het niet makkelijk om in Jezus één van mijn spirituele voorouders te gaan zien. De kolonisatie van mijn land door de Fransen was volkomen verweven met het werk van de christelijke missionarissen. Aan het einde van de 17e eeuw schreef Alexandre de Rh™des, één van de actiefste missionarissen, in zijn Cathechismus in Octo Dies Divisus: 'Als een vervloekte, dode boom wordt omgehakt, vallen ook de takken die er nog aanzitten. Net zo zullen de heidense verzinselen, afkomstig van de verdorven bedrieger Sakya [de Boeddha], vernietigd worden op het moment dat deze verslagen is.' Later, aan het eind van de jaren '50 en het begin van de jaren '60, probeerde de katholieke aartsbisschop Ngo Dinh Thuc Vietnam tot het christendom te bekeren. Hierbij steunde hij zwaar op de politieke macht van zijn broer, president Ngo Dinh Dim. Toen deze in 1963 verbood Wesak te vieren, de belangrijkste boeddhistische nationale feestdag, was dat de druppel die de emmer deed overlopen. Tienduizenden boeddhisten, leken en kloosterlingen, demonstreerden voor godsdienstvrijheid, wat tot de omverwerping van het regime van Dim leidde. In dit klimaat van discriminatie en onrecht tegen niet-christenen kostte het mij veel moeite de schoonheid van Jezus' leer te ontdekken.
Pas later kon ik door de vriendschap met christenen die Jezus' geest van inzicht en mededogen werkelijk belichaamden, de diepte van het christendom ervaren. Zodra ik Martin Luther King zag, wist ik dat ik met een heilige van doen had. Niet alleen zijn werk, maar zijn hele wezen was een grote bron van inspiratie voor me. Ook anderen die minder beroemd zijn hebben me het gevoel gegeven dat Jezus nog steeds onder ons leeft. Hebe Kohlbrugge, een bijzondere Nederlandse die tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven van duizenden joden gered had, zette zich tijdens de oorlog in Vietnam volledig in voor de hulp aan Vietnamese wezen en andere in nood verkerende kinderen. Toen de regering weigerde haar werk te ondersteunen gaf ze zelfs haar medailles uit de Tweede Wereldoorlog terug. Ook Eerwaarde Heinz Kloppenburg, algemeen secretaris van de IFOR in Duitsland, steunde ons hulpverleningswerk. Hij was zo vriendelijk en open, hij had aan een paar woorden genoeg om me te begrijpen. Door zulke mannen en vrouwen heb ik werkelijk contact kunnen maken met Jezus Christus en zijn traditie.


echte communicatie

Op het altaar in mijn huis in Frankrijk staat zowel een afbeelding van de Boeddha als een van Jezus. Elke keer als ik een wierookstokje aansteek, kan ik hen allebei als mijn spirituele voorouders ervaren en dat komt hoofdzakelijk doordat ik die echte christenen ontmoet heb. Wanneer je iemand ontmoet die een traditie werkelijk belichaamt, kom je niet alleen met zijn of haar traditie in contact, maar ook met die van jezelf. Alleen dan is een dialoog mogelijk. Als de gesprekspartners bereid zijn om van elkaar te leren, vindt er alleen al door hun samenzijn een dialoog plaats. Wanneer vertegenwoordigers van een bepaalde traditie de essentie daarvan belichamen, spreekt hun manier van lopen, zitten en glimlachen al boekdelen.
Soms is het zelfs moeilijker om met onze eigen mensen van gedachten te wisselen dan met mensen uit een andere traditie. De meeste van ons kennen het gevoel niet begrepen of zelfs verraden te zijn door mensen uit de eigen omgeving. Maar wanneer broeders en zusters met dezelfde achtergrond elkaar niet kunnen begrijpen en niet met elkaar kunnen praten, hoe kunnen ze dan met mensen van een andere traditie communiceren? Een dialoog kan pas vrucht dragen wanneer we diep verankerd zijn in onze eigen traditie en tegelijkertijd werkelijk naar de ander luisteren. Door ons te oefenen de dingen te zien zoals ze zijn en echt te luisteren, worden we vrij, en dan kunnen we ons openen voor al het mooie in onze eigen én andermans traditie.
Al jarenlang is het me duidelijk dat je, door je eigen traditie beter te begrijpen, ook meer respect, voorkomendheid en begrip krijgt voor anderen. Heel vroeger had ik het naïeve idee, een soort vooroordeel dat ik van mijn voorouders geërfd had, dat de Boeddha een betere leraar geweest moest zijn dan Jezus. De Boeddha was tenslotte vijfenveertig jaar lang als leraar opgetreden, en Jezus maar twee of drie. Dat dacht ik omdat ik de leer van de Boeddha niet goed genoeg kende.
Toen de Boeddha achtendertig jaar oud was, ontmoette hij op een dag koning Prasenajit van Kosala. De koning zei: 'Eerwaarde, de mensen noemen u 'de meest Verlichte', terwijl u toch nog zo jong bent. Er leven heilige mannen in ons land van wel tachtig en negentig jaar die door velen vereerd worden, maar geen van hen beweert dat ze de hoogste staat van verlichting bereikt hebben. Hoe kan een jonge man als u daar dan aanspraak op maken?'
De Boeddha antwoordde: 'Majesteit, verlichting heeft niets met leeftijd te maken. Een klein vonkje kan een hele stad in de as leggen. Een kleine slang kan iemand zo maar doden. Een pas geboren prins draagt het koningschap in zich. Zo kan ook een jonge monnik verlicht worden en de wereld veranderen.'
We kunnen iets over anderen leren door onszelf te onderzoeken. Als we een meer dan oppervlakkig gesprek met anderen willen hebben, moeten we ons eerst bewust zijn van zowel de goede als de negatieve aspecten van onze eigen achtergrond. Ook in het boeddhisme zijn talloze schisma's geweest. Honderd jaar na het overlijden van de Boeddha viel de gemeenschap van zijn leerlingen in twee delen uiteen. Binnen vierhonderd jaar waren er twintig scholen en sindsdien zijn er nog veel meer ontstaan. Gelukkig zijn deze scheidingen meestal niet al te pijnlijk geweest en de tuin van het boeddhisme staat nu vol met prachtige bloemen. Iedere school belichaamt een poging om de leer van de Boeddha onder steeds nieuwe omstandigheden levend te houden. Levende organismes moeten voortdurend veranderen en groeien. Als we de verschillende richtingen binnen onze eigen kerk respecteren en zien hoe deze elkaar verrijken, zullen we de rijkdom en diversiteit van andere tradities makkelijker kunnen waarderen.
In een echte dialoog zijn beide partijen bereid te veranderen. We moeten inzien dat de waarheid niet alleen binnen maar ook buiten de eigen groep te vinden is. Als we dat niet geloven is het aangaan van een dialoog tijdsverspilling. Het is onwaarachtig om te denken de waarheid in pacht te hebben en toch een dialoog te organiseren. Wij moeten ervan overtuigd zijn dat we door een gesprek aan te gaan de kans krijgen onszelf te veranderen en ons leven te verdiepen. Een dialoog is geen assimilatie in de zin dat de een de ander omvat en in 'zichzelf' opneemt. Een dialoog moet uitgaan van 'geen-zelf'. We moeten al het goede, mooie en zinvolle in een andere traditie een kans geven ons te veranderen.
Maar de allerbelangrijkste voorwaarde voor een interreligieus gesprek is dat de dialoog eerst in onszelf begint. Ons vermogen om in vrede met anderen te leven is afhankelijk van ons vermogen om vrede met onszelf te sluiten. Als we in conflict leven met onze ouders, onze familie, de samenleving en de kerk, liggen we waarschijnlijk ook met onszelf overhoop. Een eerste vereiste voor het werken aan vrede is naar onszelf te kijken en de innerlijke harmonie te herstellen tussen de elementen waaruit we bestaan - onze gevoelens, onze waarnemingen en onze gemoedstoestanden. Daarom is meditatie - diepgaand beschouwen - zo belangrijk. We moeten onze innerlijke conflicten en hun onderliggende oorzaken herkennen en accepteren. Dat kost natuurlijk tijd, maar wat er uitkomt is altijd de moeite waard. Pas wanneer we in vrede met onszelf leven, zijn we werkelijk in staat met een ander in gesprek te treden.


inter-zijn

In de Psalmen staat: 'Wees stil en weet dat ik God ben.' 'Wees stil' betekent tot rust komen en geconcentreerd zijn. In het boeddhisme spreken we over samatha (stoppen, kalmeren, concentreren). 'Weten' betekent wijsheid, inzicht of begrip verwerven. Het boeddhistische woord daarvoor is vipasyana (inzicht, diepgaand beschouwen). 'Diepgaand beschouwen' betekent iets of iemand met zoveel aandacht bekijken dat het onderscheid tussen degene die kijkt en dat wat bekeken wordt, wegvalt. Daardoor krijgen we inzicht in de ware aard van het object. Wanneer we in het hart van een bloem kijken, zien we er wolken, zonneschijn, mineralen, tijd, de aarde en de hele kosmos in. Zonder wolken zou er geen regen zijn en dus ook geen bloem. Zonder tijd zou de bloem niet kunnen bloeien. De bloem bestaat in feite helemaal uit elementen die geen bloem zijn en heeft geen eigen, op zichzelf staand bestaan. Zij 'inter-is' met al het andere in het universum. 'Inter-zijn' is een nieuw woord, maar ik denk dat het binnenkort in het woordenboek opgenomen zal worden, omdat het zo belangrijk is. Wanneer we zien dat inter-zijn de ware aard van alles is, lossen de grenzen tussen ons en anderen op, en dan zijn vrede, liefde en begrip mogelijk. Waar begrip is ontstaat altijd mededogen.
Net zoals een bloem alleen maar uit elementen bestaat die geen bloem zijn, zo bestaat het boeddhisme alleen maar uit niet-boeddhistische elementen, waaronder christelijke. En zo bestaat het christendom uit niet-christelijke elementen, waaronder boeddhistische. Hoewel we andere wortels, tradities en zienswijzen hebben, hebben we de kenmerken van liefde, inzicht en aanvaarding gemeen. Als we een echt gesprek willen voeren, dan moeten we onze harten openen, onze vooroordelen opzij zetten, werkelijk luisteren en oprecht proberen in ons leven uit te drukken wat we weten en begrepen hebben. Om dat te kunnen hebben we een zekere mate van geloof nodig. In het boeddhisme betekent geloof het vertrouwen dat ieder van ons in staat is wakker te worden en zijn of haar vermogen tot liefde en begrip te realiseren. In het christendom
betekent geloof vertrouwen in God, Hij die liefde, kennis, waardigheid en waarheid vertegenwoordigt. Als we stil zijn, aandachtig kijken en toegang hebben tot de bron van onze innerlijke wijsheid, ervaren we de levende Boeddha en de
levende Christus in onszelf en in iedereen die we ontmoeten.
Ik wil proberen om in dit boekje een aantal van mijn ervaringen met en inzichten in twee van 's werelds prachtige bloemen, het boeddhisme en het christendom, met de lezer te delen. Dan kunnen we als samenleving beginnen onze onjuiste waarnemingen en opvattingen los te laten en elkaar op een nieuwe manier te zien. Als we de eenentwintigste eeuw kunnen ingaan in een geest van wederzijds begrip en acceptatie, zullen onze kinderen en kleinkinderen daar wel bij varen.

 
Terug
Zoeken
  Titel:
  Auteur:
  ISBN/Artikelnummer:
  Alles:
  

Winkelwagen Meer
Uw winkelwagen
is leeg
Thema's
Alle thema's
Uitgevers

Copyright © 2012